Albert Einstein M7
Theoretisch natuurkundige
Stel je een man voor met een wilde bos wit haar, een ondeugende blik en een opvallend gebrek aan sokken. Het iconische beeld van Albert Einstein, die op zijn 72e verjaardag zijn tong uitsteekt naar een haastige fotograaf, kent vrijwel iedereen. Maar achter deze eigenzinnige verschijning ging een van de briljantste geesten uit de menselijke geschiedenis schuil. Zijn revolutionaire ideeën over tijd, ruimte en energie veranderden ons wereldbeeld voorgoed. Hoe transformeerde een jongen die op school als 'traag' werd bestempeld tot de bekendste wetenschapper aller tijden?
Die man was Albert Einstein.
Een eigenzinnige nieuwsgierigheid (1879-1900)
Albert Einstein werd in 1879 geboren in het Duitse stadje Ulm. Als kind was hij uiterst stil en leerde hij pas op opvallend late leeftijd spreken. Zijn ouders en leraren maakten zich zorgen en dachten zelfs dat hij een ontwikkelingsachterstand had. Albert haatte het strenge, militaire schoolsysteem van die tijd, waarin leerlingen alles klakkeloos moesten uithoofdzinnen.
Hij was echter niet dom, maar juist buitengewoon nieuwsgierig. Toen hij als vijfjarige van zijn vader een zakkompas kreeg, raakte hij gebiologeerd: hoe kon die naald bewegen zonder dat iemand hem aanraakte? Er moest een onzichtbare kracht in de ruimte zijn. In plaats van rijtjes te stampen, dacht Albert liever na over dit soort diepe natuurraadsels. Via Zwitserland studeerde hij uiteindelijk af als leraar in de wis- en natuurkunde, al kon hij door zijn opstandige houding aanvankelijk nergens een baan vinden.

Het 'wonderjaar' 1905 en E=mc2
Omdat een academische carrière uitbleef, ging Einstein werken bij een octrooibureau in Bern. Hier beoordeelde hij de werking van ingediende uitvindingen. Het werk was hem zo vertrouwd dat hij binnen een paar uur klaar was. De rest van de dag gebruikte hij om in het geheim complexe natuurkundige vraagstukken uit te werken op losse velletjes papier.
Het jaar 1905 wordt in de wetenschap geschiedenis geschreven als Einsteins 'wonderjaar'. Binnen enkele maanden publiceerde de 26-jarige kantoorklerk vier artikelen die de natuurkunde op haar grondvesten deden schudden. In een van deze artikelen presenteerde hij de beroemdste formule ter wereld: E=mc2.
Deze vergelijking staat voor Energie ($E$) is gelijk aan massa ($m$) vermenigvuldigd met de clichtsnelheid ($c$) in het kwadraat. In begrijpelijke taal liet Einstein zien dat massa (materie) en energie twee vormen van hetzelfde fenomeen zijn. Een piepkleine hoeveelheid stof bevat in werkelijkheid een gigantische, opgeslagen hoeveelheid energie.
De Relativiteitstheorie en wereldroem
Einstein stopte daar niet. In 1915 voltooide hij zijn meesterwerk: de Algemene Relativiteitstheorie. Hij beweerde dat ruimte en tijd geen vaste gegevens zijn, maar buigzaam. Zware objecten, zoals planeten en sterren, krullen de ruimte om zich heen om—vergelijkbaar met een zware bal die een deuk slaat in een gespannen laken. Die vervorming van de ruimte ervaren wij als zwaartekracht. Bovendien beweerde hij dat de tijd langzamer gaat naarmate je sneller beweegt.
Veel wetenschappers reageerden sceptisch op deze bizarre theorie. De doorslag kwam in 1919, toen astronomen tijdens een totale zonsverduistering maten dat het licht van verre sterren daadwerkelijk afboog langs de zon, precies zoals Einstein had berekend. Hij had gelijk. Vrijwel van de ene op de andere dag werd hij een wereldwijde beroemdheid. In 1921 ontving hij bovendien de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor zijn werk aan het foto-elektrisch effect (het principe achter de huidige zonnepanelen).

Vlucht voor het naziregime
In de jaren 30 veranderde de politieke situatie in Europa razendsnel. Omdat Einstein joods was en zich openlijk uitsprak als pacifist (tegenstander van oorlog en geweld), werd hij een belangrijk doelwit toen Adolf Hitler in 1933 de macht greep in Duitsland. De nazi's noemden zijn theorieën 'joodse wetenschap' en verbrandden zijn boeken in het openbaar.
Einstein begreep dat zijn leven in gevaar was. Hij besloot Duitsland definitief te verlaten en verhuisde naar de Verenigde Staten, waar hij een aanstelling kreeg aan de gerenommeerde Universiteit van Princeton.
De schaduw van de atoombom
In 1939 ontdekten wetenschappers dat het mogelijk was om atomen te splitsen. Einstein begreep de verwoestende consequentie: met zijn formule $E=mc^2$ kon op basis van kernsplitsing een nieuw, gigantisch wapen worden gebouwd: de atoombom.
Toen Einstein hoorde dat Duitse natuurkundigen in opdracht van Hitler al onderzoek deden naar uranium, raakte hij in paniek. Uit angst dat de nazi's als eerste een atoomwapen zouden bezitten, ondertekende hij een dringende brief aan de Amerikaanse president Roosevelt. Hij waarschuwde dat Duitsland mogelijk een superbom ontwikkelde en adviseerde Amerika om zelf onderzoek te doen.
Deze waarschuwing leidde tot het geheime Manhattanproject, waarin de Amerikanen de atoombom bouwden. Toen de VS in augustus 1945 twee van deze bommen wierpen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki, kostte dat aan honderdduizenden burgers het leven.
Einstein was diep geschokt door de verwoesting. Hoewel hij zelf nooit aan de bom had meegewerkt, voelde de brief die hij had ondertekend als een zware last op zijn geweten. Hij noemde het later de grootste fout van zijn leven. De rest van zijn leven vocht hij onvermoeibaar voor wereldwijde ontwapening, vrede en het uitbannen van kernwapens.

Een onuitwisbare wetenschappelijke erfenis
Tot aan zijn overlijden in 1955 bleef Einstein proberen alle natuurkrachten te vangen in één overkoepelende theorie. Hoewel hij daar niet volledig in slaagde, vormt zijn werk nog altijd de hoeksteen van de moderne wetenschap. Onze hedendaagse technologie—van satellietnavigatie (GPS), die rekening moet houden met de tijdsverschillen in de ruimte, tot lasers en moderne elektrische apparaten—is direct gebaseerd op zijn inzichten.
Einstein liet de wereld zien dat verbeelding minstens zo belangrijk is als kennis. Zoals hij zelf ooit zei: "Het belangrijkste is dat je nooit stopt met vragen stellen."
Opvallende weetjes over Einstein
Geen sokken: Albert haatte sokken. Hij vond dat er altijd gaten in kwamen. Daarom liep hij liever met blote voeten in zijn schoenen.
Muzikaal talent: Als hij vastzat met rekenen, pakte hij zijn viool. Hij noemde zijn viool 'Lina' en vond muziek maken heerlijk om na te denken.
Gestolen brein: Toen hij overleed, nam een dokter zonder toestemming zijn hersenen mee. De dokter wilde onderzoeken waarom Albert zo slim was.
Beroemde foto: De bekende foto waar hij zijn tong uitsteekt, maakte hij op zijn 72e verjaardag. Hij was moe van al de fotografen en wilde een gekke bek trekken.
Meer weten?

