
Jagers en verzamelaars M6
Nadat de Homo sapiens zich over de wereld hadden verspreid, leefden mensen lange tijd als jagers en verzamelaars. Deze periode noemen we de tijd van de jagers en verzamelaars.
Mensen hadden nog geen boerderijen of dorpen. Daarom trokken zij steeds rond op zoek naar voedsel.
Leven in de natuur
Jagers en verzamelaars leefden dicht bij de natuur. Ze verzamelden fruit, noten, zaden en planten. Ook vingen ze vissen en jaagden ze op dieren.Ze moesten goed weten waar voedsel te vinden was. In elk seizoen was ander voedsel beschikbaar.
Omdat voedsel soms snel opraakte, bleven jagers en verzamelaars niet lang op dezelfde plek wonen. Ze verhuisden vaak naar gebieden waar genoeg eten en water was.
Wonen en overleven
Jagers en verzamelaars woonden meestal in kleine groepen. Soms leefden ze in grotten, maar vaak maakten ze hutten van hout, takken, gras en dierenhuiden.Ze gebruikten vuur om zich warm te houden, eten klaar te maken en wilde dieren weg te jagen.
Mensen maakten gereedschap van steen, hout en botten. Ze maakten bijvoorbeeld speren, messen en pijlpunten voor de jacht.

Samenwerken
Samenwerken was erg belangrijk. Mensen jaagden vaak samen op grote dieren, zoals rendieren en bizons. Ook deelden zij voedsel met elkaar. Daardoor hadden zieke, oudere of jonge mensen meer kans om te overleven.
Jagers en verzamelaars leefden meestal in kleine groepen van ongeveer twintig tot vijftig mensen. Iedereen hielp mee met het zoeken naar voedsel.

Kunst en geloof
Jagers en verzamelaars maakten soms grotschilderingen van dieren en jachttaferelen. Wetenschappers denken dat deze schilderingen belangrijk waren voor verhalen, rituelen of het geloof.
Ook begroeven sommige groepen hun doden. Dat laat zien dat mensen nadachten over de dood en misschien geloofden in een leven na de dood.
Het einde van de tijd van jagers en verzamelaars
Ongeveer 10.000 jaar geleden veranderde het leven van mensen langzaam. Mensen ontdekten dat ze zelf planten konden verbouwen en dieren konden houden. Daardoor hoefden ze minder rond te trekken. Zo ontstonden de eerste boeren en vaste dorpen.
Leuke feitjes:
Jagers en verzamelaars namen bijna alles mee wat zij bezaten.
Honden hielpen soms bij de jacht.
Grotschilderingen zijn gevonden in Frankrijk, Spanje en Indonesië.
Meer weten?



